1978
- 1988 produktie: 1.254.390
De Visa werd geintroduceerd op de Parijse Salon in 1978
als vervanger van de Ami 8. Reeds in 1970 was begonnen met
de ontwikkeling er van. Aanvankelijk in een samenwerking
met Fiat (op basis van de Fiat 127), maar na de overname
van Citroën door Peugeot werd het project ingrijpend gewijzigd.
Er werd nu gebruik gemaakt van het platform, wielophanging
en de motoren van de Peugeot 104. Het oorspronkelijk tweedeurs
concept, met luchtgekoelde viercilinder-boxermotoren van
de GS en torsievering, werd echter later in vorm van de
Axel alsnog uitgevoerd.
Bij de introduktie in 1978 werd de Visa aangeboden met twee
motorvarianten: een nieuwe 652 cc luchtgekoelde tweecilinder
met elektronische ontsteking, een doorontwikkeling van die
van de 2CV, en de bekende viercilinder lijnmotor van Peugeot
met 1124 cc. In de latere produktiejaren kwamen daar nog
een Peugeot 1.0, 1.4 en 1.7 diesel bij. Ook werden er tal
van sportieve varianten gelanceerd: de Visa Super X met
1.2, diverse modellen (o.a. GT, Trophée, Chrono) met een
opgevoerde 1.4 motor en tot slot een 1.6 GTi met 115 pk.
Aanvankelijk verkocht de Visa niet al te best en werd er
in 1981 al een restyling doorgevoerd. Een nieuw neusje,
achterkant en diverse optische wijzigingen maakten hem tot
een erg populair wagentje tot aan het einde van de produktie
in 1988. De eerste jaren had de Visa een typisch Citroën
dashboard met satellieten in plaats van hendels. Vanaf 1985
werd er een wat gewoner dashboard ingevoerd zoals dat ook
in andere Citroën- en Peugeotmodellen aanwezig was. De Visa
was een in zijn klasse erg ruime wagen met een riant veercomfort.
Een heel speciale versie van de Visa is de Plein Air, een
decapotable. Het dak kon geheel of gedeeltelijk inclusief
achterruit naar achteren gevouwen worden en/of weggenomen
worden. Deze Visa was ontworpen en werd gebouwd door Heuliez.
Van de Visa kwam ook een bestelversie op de markt, de C15.
Deze populaire besteller is nog tot eind 200 in produktie
geweest.
[met dank aan
Citroenvisa.net]