1989
- 2000 produktie: 333.775
Na elf jaar in productie te zijn geweest, viel het doek
dan uiteindelijk in 2000 voor de XM. Na al die jaren nog steeds
een opvallende verschijning, ontworpen door Bertone, net
als de BX.
De naam XM moest doen denken aan de legendarisch SM. Ook
de oplopende heuplijn en de zescilindermotor was een gelijkenis
met de SM. Zijn rondom doorlopende glasoppervlak, het spits
naar voren toelopende lijnenspel, en zijn korte achteroverhang
maakten hem tot een elegante en praktische verschijning
met een enorm lage CW-waarde van 0,28. In een tijdperk waarin
auto's steeds meer op elkaar gingen lijken, was de komst
van de XM in 1989 een verademing. Toch werd hij door critici
niet eigenzinnig genoeg gevonden, geen waardige opvolger
voor de CX. Hij deelde het platform, motoren en transmissie
met dat van de Peugeot 605.
De XM was initieel verkrijgbaar met een 2.0 en 3.0 V6 benzinemotor.
De 3.0 V6 werd in 1990 vervangen door een 24 kleppenversie
met 170 pk. Deze 24 kleppenversie bleek echter grote problemen
te hebben met de olierondloop wat vaak leidde tot versleten
nokkenassen. In 1990 kwamen er ook dieselvarianten met en
zonder turbo beschikbaar. In 1992 verscheen de reusachtige
Break versie op de markt. In 1993 werd de wat zwakke 2.0
benzinemotor vervangen door de 2.0 liter Turbo CT.
In 1995 kwam er een kleine restyle van de XM. De Hydractive-II
vering werd eindelijk mogelijk op de XM en er kwam ook een
nieuwe 3.0 V6 motor, een project van Peugeot-Citroen-Renault
samen. Tevens werden er een verbeterde koplampunits gemonteerd,
omdat er veel klachten waren over de lichtopbrengst van
de oude generatie. In 1996 werd er een 2.5 liter dieselversie
geleverd.
De XM kon na 1995 worden uitgerust met het Hydractive-2
veersysteem. Deze XM bezit twee extra veerbollen die aan-
en uitgeschakeld konden worden om de stijfheid van het veersysteem
te beinvloeden. Sensoren die verbonden waren aan de besturing,
gaspedaal, remmen, koetswerk en versnellingsbak stonden
in contact met een computer die continu het veersysteem
kon variëren om een zachte vering voor een comfortabele
rit of een stijvere vering voor een sportieve rit te genereren.
Het veersysteem kon ook handmatig ingesteld worden.
In de Franse APK-statistieken blijkt de XM als derde uit
de bus te komen qua betrouwbaarheid bij luxe wagens, na
de Mercedes 190 en BMW 5-serie. In de EuroNCAP crashtesten
van 1998, werd de XM, met zijn bijna 10 jaar oude ontwerp,
gekenmerkt als een van de veiligste in zijn klasse.
De XM is echter nooit een groot succes geworden waar Citroën
op hoopte. De markt voor luxe grote zware wagens stortte
in de jaren negentig helemaal in. Ook Peugeot met zijn 605,
Ford met haar Scorpio, en Renault met haar Safrane kampten
met te lage verkoopaantallen. Opvallend genoeg is ongeveer
10% van de geproduceerde XM's in Nederland verkocht. In
2000 werd er stilletjes een einde gemaakt aan de productie
van deze voiture.
[met dank aan Julian Marsh -
Citroënet]